|
Ereschuld veteranen geregeld |
|
Geschreven door Internetredactie
|
|
dinsdag 12 juni 2012 |
|
Minister Hans Hillen en de militaire vakbonden hebben overeenstemming bereikt over een regeling voor het inlossen van de ereschuld voor veteranen. Deze bijzondere uitkering geldt als erkenning voor veteranen die door toedoen van hun uitzending lichamelijk of psychisch gewond zijn geraakt en die de gevolgen daarvan nog dagelijks ervaren. Zij krijgen een bedrag ineens uitgekeerd. Ook is er een afzonderlijke schaderegeling voor militairen die invalide raken onder buitengewone omstandigheden en een voor beroepsincidenten bij gevaarlijke omstandigheden. Deze regelingen zijn een uitvloeisel van de Veteranenwet waarin de zorgplicht van de overheid jegens veteranen wordt verankerd.
Mijlpaal
Met de totstandkoming van de regeling voor het inlossen van de Ereschuld is een nieuwe mijlpaal bereikt in het kader van het veteranenbeleid. Met deze regeling wordt recht gedaan aan veteranen die lichamelijk of psychisch invalide zijn geraakt bij inzet onder oorlogsomstandigheden of crisisbeheersingsoperaties. Het bestuur ziet deze bijzondere uitkering als erkenning voor hetgeen betrokken veteranen is overkomen. Met de inlossing van de Ereschuld voor de gewezen militairen die voor 1 juli 2007 zijn ontslagen en de aansluitende nieuwe schadereling die geldt vanaf 1 juli 2007 is opnieuw een belangrijk deel toegevoegd aan het palet van voorzieningen ten behoeve van veteranen. Het spreekt vanzelf dat het bestuur ingenomen is met het bereikte resultaat en waaraan de AFMP in belangrijke mate aan heeft bijgedragen.
Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de bijzondere uitkering dient de veteraan oorlogsslachtoffer te zijn in de zin van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. De regeling geldt daardoor voor veteranen bij wie ten gevolge van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie invaliditeit met dienstverband is vastgesteld. Op grond van de beschikbare middelen, de omvang van de doelgroep en de mate van hun invaliditeit is voor de bijzondere uitkering een grondslag van € 125.000 vastgesteld. De hoogte van de bijzondere uitkering zal worden bepaald door het voor de veteraan vastgestelde invaliditeitspercentage van de grondslag te nemen.
Als sprake is van een invaliditeitspercentage van bijvoorbeeld 40%, ontvangt de betrokken veteraan dus een bedrag van (€ 125.000 x 40% =) € 50.000. Als de mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband hoger is dan de mate van invaliditeit, wordt voor de berekening het arbeidsongeschiktheidspercentage gehanteerd.
De bijzondere uitkering wordt netto uitbetaald. De verschuldigde inkomstenbelasting komt voor rekening van het Rijk. Deze Regeling ‘Inlossen ereschuld gewonde veteranen’ treedt in werking na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 juni 2012. De veteraan die in aanmerking komt voor deze regeling moet de invaliditeit hebben opgelopen ten gevolge van een incident voor 1 juli 2007, voor die datum zijn ontslagen en voor 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen hebben ingediend.
De bijzondere uitkering wordt uitbetaald in het laatste kwartaal van dit jaar. De betrokken veteranen hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen. Zij worden per brief geïnformeerd door het ABP Bijzondere Regelingen Defensie.
Opting out
Er is niet gekozen voor de mogelijkheid om invalide veteranen te laten afzien van de bijzondere uitkering waardoor zij een aansprakelijkheidsprocedure konden beginnen (of voortzetten) als ze vonden dat er een hoger bedrag in zat; de zogenoemde opting out. Nu is het zo dat zij de bijzondere uitkering krijgen en daarnaast zo’n procedure kunnen (blijven) aanspannen
Nieuwe schadevergoedingsregeling
De invalide veteranen die na 1 juli 2007 zijn ontslagen of die na 1 juni 2012 een eerste aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen indienen, komen niet in aanmerking voor deze ereschuld regeling. Voor deze groep militairen geldt dat zij aanspraak maken op de nieuwe schadevergoedingsregeling die in het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen wordt opgenomen. De vergoeding van restschade van militaire oorlogs- en dienstslachtoffers wordt daarmee vast onderdeel van de militaire rechtspositie.
Deze ‘Schadevergoeding militaire oorlogs- en dienstslachtoffers na 1 juli 2007’ houdt in dat bij de toekenning van een MIP wordt bekeken of er naast de aanspraken op basis van de Kaderwet militaire pensioenen (KMP) nog sprake is van zogenoemde restschade. Als die er is, maakt Defensie een vergelijking tussen de schadeloosstelling op basis van de KMP en de civielrechtelijke schadevergoeding, op basis van het Burgerlijk wetboek. Deze restschade zal dan uitgekeerd worden zonder dat daar een gang naar de civiele rechter voor nodig is. Deze regeling treedt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2007 in werking.
Beroepsincident
Eerder al berichtten wij over de doorbraak Defensieambtenaren die door uitoefening van hun taak in een gevaarzettende situatie terecht komen en daarbij gewond raken krijgen recht op dezelfde vergoedingen als wanneer er sprake is van uitzending of oefening voor uitzending. Hiermee wordt een gat in de huidige rechtspositie gedicht. Deze regeling gaat met terugwerkende kracht in per 1 juni 2012.
Achtergronden
De AFMP heeft al sinds jaar en dag deze regelingen aangekaart in het overleg. Eén van de speerpunten was dat behalve voor de gevallen van na 1 juli 2007 ook een schadevergoeding moest komen voor de oudere gevallen, waar de werkgever dat niet wilde. We hebben dit aangegeven bij de Nationale ombudsman, ook spraken we tijdens de totstandkoming van de Veteranenwet alle politieke partijen hierop aan. Op 27 oktober is de wet unaniem aangenomen in de Tweede Kamer, later volgde de Eerste Kamer. Toen de 110 miljoen euro voor de uitvoering van de regelingen eenmaal was vastgelegd, hebben wij dit meteen ingebracht in het georganiseerd overleg. Wij maakten ons toen ook hard voor het laten vervallen van de opting out mogelijkheid. Ook hebben wij ons ervoor ingezet naast het invaliditeitspercentage van de MIP ook het arbeidsongeschiktheidspercentage te laten meewegen voor de norm die de hoogte van de vergoeding bepaalt. Verder hebben wij aangedrongen op de netto uitbetaling van de bijzondere uitkering.
Wij realiseren ons dat het niet alle pijn en leed wegneemt, maar het is een belangrijke stap in de richting van erkenning. Ook staat de weg naar de rechter nog helemaal open.
|
|
Laatst bijgewerkt op ( vrijdag 15 juni 2012 )
|