Ton van den Berg Voorzitter

Freerider

Gisteren was mijn eerste Prinsjesdag als voorzitter van de AFMP. Los van het feit dat het een sobere Prinsjesdag was zonder al teveel ceremonieel, heerste er ook een bijzondere sfeer op het Plein-Kalvermarktcomplex van Defensie. Nadat de staatssecretaris Defensie al had verlaten om minister te worden, is onze eigen minister de afgelopen week afgestreden. We hadden kort minister Grapperhaus als waarnemer, maar nu blijkt Henk Kamp terug te keren als minister. Al deze wisselingen doen wat met het personeel dat bij Defensie werkt. Ik ben erg benieuwd hoe dit gaat uitpakken!

Tijdens een ontbijt met de CDS, de HDP en de andere vakbondsvoorzitters werden we voorgelicht over de begroting van Defensie. Heel verrassend was het allemaal niet, omdat het leeuwendeel al was gelekt naar de pers. Defensie krijgt er komend jaar 100 miljoen euro bij. Met 100 miljoen zijn de problemen van Defensie uiteraard niet opgelost. Sterker nog, ik denk dat met dit bedrag de situatie alleen maar zal verslechteren. Niet voor niets hebben de CDS en zijn ondercommandanten eerder al opgeroepen dat er 4 miljard euro nodig is om de organisatie gezond te maken. Om alle ambities waar te maken uit de Defensievisie 2035, zijn vele miljarden meer nodig.

Al met al zit Defensie nu dus in een lastig parket. De begroting mag dan wel beleidsarm zijn omdat het kabinet demissionair is: de wereld stopt niet met draaien. Aan onze oostgrens roert Rusland zich nog steeds, in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is het verre van rustig en China is op heel veel plekken bezig haar invloed te vergroten. In Europa groeit steeds meer het besef dat de Europese landen strategisch meer autonoom moeten zijn en Amerika trekt steeds meer de handen van Europa af. Een onderdeel van strategische autonomie is een sterke Defensie.

Ook de status van Nederland in de wereld lijdt onder het gebrek aan investering in Defensie. Het percentage dat we bijdragen aan de NAVO daalt tot 1,38% van het BBP, terwijl we plechtig hadden beloofd om naar de 2% te gaan werken. In het rijtje van de NAVO staan we rechts onderin het rijtje van alle landen wat betreft defensie-uitgaven. Als Defensie hebben we allerlei landen in formele afspraken beloofd dat we zouden samenwerken, maar we kunnen niet leveren nu puntje bij paaltje komt. Nederland wordt overal gezien als een freerider, die niet meer serieus te nemen is. Dit kabinet brengt de positie van Nederland in het buitenland veel schade toe.

Er ligt dus een enorme opgave op de formatietafel. Defensie moet serieus worden genomen en 4 miljard is echt geen bizar bedrag op een totale begroting van ongeveer 300 miljard euro. Er is ook geen alternatief. Als dit bedrag niet wordt toegekend aan Defensie, moet er onherroepelijk worden gesneden. Wat met een pennenstreek wordt weggehaald, komt nooit meer terug.

Wat vooral opvalt, is dat er opnieuw met geen woord wordt gerept over het defensiepersoneel en over wat er nodig is om ervoor te zorgen dat Defensie voldoende gemotiveerd en professioneel opgeleid personeel heeft en behoudt. Zoals bekend heeft Defensie meer dan 9000 vacatures en die worden niet gevuld door niets te doen. Het afgesproken nieuwe bezoldigingsstelsel gaat veel extra geld kosten, dat niet kan worden betaald uit de arbeidsvoorwaardenruimte die het kabinet jaarlijks beschikbaar stelt. Daarvoor is een extra investering nodig. Datzelfde geldt voor het nieuwe personeelsbeleid waarvan Defensie de mond vol heeft. Hierbij geeft Defensie echter geen blijk van torenhoge ambities. Nu er opnieuw in deze defensiebegroting niets voor deze zaken is meegenomen, ziet de toekomst er op dit gebied niet rooskleurig uit. Van een zeer onzekere formatietafel moet geld voor zaken komen.

Aan de huidige defensiemedewerkers zal het niet liggen. Kijk alleen maar eens naar de waternoodramp in Limburg, de evacuatie uit Afghanistan, de bosbranden in Albanië en de opvang van asielzoekers op defensielocaties. Al deze opdrachten worden professioneel en met bezieling uitgevoerd. Het kan ook niet anders dan dat de politiek het belang van Defensie gaat inzien en dat investeringen in de formatie absoluut noodzakelijk zijn.