Anne-Marie Snels Oud-voorzitter

Mijn inspiratiebron

Meestal ben ik redelijk op tijd met mijn blog en gaat het schrijven me gemakkelijk af. Behalve deze keer. Omdat het mijn laatste blog is? Omdat ik twijfel waarover ik zal schrijven?

Opeens valt, op de valreep, het kwartje. Nadat ik vanavond uitgebreid sprak met de moeder van een in 2007 in Afghanistan bij een aanslag omgekomen militair. Zij hoorde via via van mijn buddyproject en wilde haar zorgen met me delen. Haar zorgen om de tolken die heel adequaat reageerden bij de aanslag op haar zoon en met wie zij nog steeds contact had. Waarom duurde het allemaal zo lang voordat de tolkengezinnen in Nederland aankwamen? Ik legde uit dat het coronavirus het er niet makkelijker op maakt en daarnaast de ambtelijke molens in Nederland traag draaien, té traag. Ik benadrukte dat ook ik me daar groen en geel aan erger en daarover het laatste woord nog niet gezegd is. Vervolgens ontstond een mooi gesprek over hun reis naar Afghanistan en de intensieve ontmoeting met een van de tolken daar die hun zoon goed gekend had. Ze vertelde me ook over de jaarlijkse herdenking met de collega’s van hun zoon, over de kameraadschap die er nog steeds was. Zojuist stuurde ze me nog een mooi dagboekfragment en een foto van hun bezoek aan Afghanistan. En ze liet me weten dat ons gesprek haar een klein beetje rust heeft gebracht.

En ik denk aan al die andere moeders die ik de afgelopen jaren vaak uitgebreid sprak. Moeders van militairen die allemaal werden geconfronteerd met heel lastige zaken, die boos en/of verdrietig waren, of ten einde raad en uitleg of hulp zochten. Ik denk bijvoorbeeld aan de moeder van Boy van Geffen, aan de bezorgde moeders die contact zochten na de vreselijke incidenten in Schaarsbergen, aan de moeder van een jonge militair die zwaargewond raakte bij een ongeval.

Als ik in mijn werk moeders aan de telefoon kreeg, dan was er écht wat aan de hand. Dan word je vaak geconfronteerd met groot verlies en veel verdriet. Dan leg je je oor te luisteren, dan kijk je hoe je kunt helpen, dan onderzoek je of het sec om een toevallig ongeval of incident gaat, of dat er meer aan de hand is. En dan kom je erachter dat het nogal eens het laatste is. Dat Defensie de veiligheid van haar eigen mensen lang niet altijd waarborgt.

Het was het verdriet van de moeders dat mij met regelmaat tot een pitbull maakte. Zo’n pitbull die niet meer losliet totdat ik echt beet had. Omdat achter die moeders jonge militairen stonden of hadden gestaan die niet meer voor zichzelf konden opkomen. Mede daardoor werd veiligheid een belangrijk thema voor me. Dankjewel lieve moeders, jullie waren een inspiratiebron.

Ik realiseer me dat eigenlijk iedereen die binnen Defensie de veiligheidsregels overschrijdt, geconfronteerd zou moeten worden met moeders die hun kinderen verloren. Je realiseert je dan namelijk écht wat het teweeg kan brengen als je marchandeert met de veiligheid. En ik realiseer me maar al te goed dat niet ieder gevaar is af te wenden. Maar je als werkgever, en dat geldt voor álle leidinggevenden, voortdurend realiseren welke risico’s mensen lopen en welke gevolgen dat kan hebben, is wat mij betreft een must. Het interne defensiemotto moet wat mij betreft zijn: ‘Defensie beschermt wat ons dierbaar is, maar laten we om te beginnen de veiligheid van onze eigen medewerkers waarborgen!’