Ton van den Berg Voorzitter

Zelfreflectie

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb nog steeds geen lekker gevoel over het Sectoroverleg Defensie (SOD) van 2 december. Tijdens dit overleg wezen alle centrales de maximale uitkomst van het arbeidsvoorwaardentraject 2021 resoluut af. Wat mij eigenlijk het meest dwars zit, is niet eens de opstelling van Defensie tijdens dit overleg. Die was namelijk exact in lijn met hoe zij al jaren in de wedstrijd zit. Wat mij het meest steekt, is de communicatie naar de defensiemedewerkers na dit overleg.

Defensie schoof de schuld van het niet bereiken van een arbeidsvoorwaardenakkoord volledig in de schoenen van de vakbonden en daarmee feitelijk dus in de schoenen van jullie, onze leden. Met geen woord werd gerept over de representatieve interne raadpleging van Defensie door het eigen bureau Trends, Onderzoeken & Statistieken. 73% van de defensiemedewerkers wees de uitkomst af.

Dit komt volledig overeen met de raadpleging die in onze eigen vereniging heeft plaatsgevonden. Hiermee tonen we aan dat wij als vereniging een goede vertegenwoordiger zijn van de defensiemedewerkers. We bewijzen echter vooral dat de afwijzing van alle centrales breed gedragen wordt door alle defensiemedewerkers, zowel door burgers als militairen.

Defensie repte ook met geen woord over het karige aanbod aan de defensiemedewerkers. De houding kwam vooral neer op: “De minister bepaalt samen met het kabinet en de Tweede Kamer wat er financieel mogelijk is en dat hebben jullie maar te accepteren. Hoe durven de bonden het uiterst genereuze aanbod van Defensie af te wijzen? Wie denken zij wel niet dat zij zijn!” Defensie ging er volledig aan voorbij dat de minister in het overleg niet aan tafel zit in een politieke rol, maar als werkgever van het defensiepersoneel.
De realiteit is dat 1,4 procent loonsverhoging en 1000 euro incidenteel natuurlijk nooit kunnen opboksen tegen de torenhoge inflatie van dit moment. Het is eigenlijk niet te verkroppen dat werknemers in andere sectoren zoals het Rijk (waar onze topambtenaren en hogere legerleiding overigens onder vallen!) en de gemeentes een flink grotere loonsprong maken dan de defensiemedewerkers.

Ik zou juichend tekenen voor een zelfde minimumloon van 14 euro per uur voor defensiemedewerkers, zoals die nu bij de gemeentes is afgesproken. Iedere straatveger of plantsoenmedewerker verdient nu 40 procent meer in uurloon dan een startende MBO 3/4 opgeleide onderofficier. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het de medewerkers van gemeentes niet gun dat zij een goed salaris krijgen, integendeel zelfs. Er straalt echter weinig waardering uit naar de defensiemedewerkers die altijd klaar staan voor Nederland.
Daarnaast krijgen de bonden de schuld van het gebrek aan vooruitgang op allerlei grote dossiers. Ondanks het feit dat wij altijd hebben aangegeven met Defensie over deze belangrijke dossiers te willen praten, heeft de werkgever verzuimd voldoende financiële en beleidsmatige ruimte vrij te maken om deze belangrijke zaken te realiseren. Ik breng maar even in herinnering dat wij daardoor zelfs naar de Advies- en Arbitragecommissie (AAC) moesten, omdat de afspraak niet kon worden nagekomen om in 2020 het nieuwe loongebouw te realiseren.

Om nu te concluderen dat de vakbonden niet willen praten over belangrijke dossiers voor het defensiepersoneel is niet alleen onjuist en leugenachtig, maar getuigt vooral ook van een totaal gebrek aan respect en realiteitszin.

Hebben we als bonden dan alles perfect gedaan? Natuurlijk niet! Als onderhandelingen niet tot een goed einde worden gebracht, dan moeten beide partijen aan de gesprekstafel naar zichzelf kijken. Dat hebben wij nooit nagelaten en dit zullen we uiteraard ook in de toekomst blijven doen.
Ik gun de werkgever, met de minister in die rol voorop, een moment van zelfreflectie. Een moment om eens terug te kijken op de afgelopen jaren en op de houding van Defensie in de onderhandelingen met de bonden. Ik hoop dat daarbij meerdere evaluatierapporten van gerenommeerde bemiddelaars eens worden herlezen. Die rapporten liggen er namelijk omdat de discussie over de wijze waarop sociale partners met elkaar overleg voeren al jaren gaande is. Veel daarvan is namelijk nog steeds actueel.

Van belang was, is en blijft dat de juiste mensen aanschuiven aan de overlegtafel, met voldoende mandaat, budget en gevoel voor wat er leeft onder het personeel. Er moet sprake zijn van echt open en reëel overleg waarbij we vanuit een open vizier de dialoog met elkaar aangaan. Alleen zo kunnen wij als sociale partners samen vooruitgang boeken voor het personeel van Defensie!