‘Nadere toelichting nodig voor afwijkingsbevoegdheid rechtspositie defensiepersoneel’
De Raad van State (RvS) bracht op 18 maart een uitgebreid advies uit over de Wet op de Defensiegereedheid (WODG), het wetsvoorstel waarover de AFMP en de MARVER al meermaals hun zorgen uitten. De RvS onderkent dat er een toegenomen risico is dat Europa en ook Nederland bij een grootschalig gewapend conflict betrokken raken. Versterking en groei van de krijgsmacht en een versnelde gereedstelling zijn volgens de RvS essentiële elementen, maar het wetsvoorstel moet op een aantal punten nogmaals onder de loep worden genomen voordat het bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.
Eén van die punten betreft het personeel dat bij Defensie werkzaam is. In het advies is aan hen een afzonderlijke paragraaf gewijd. Op dit moment kan de minister van Defensie alleen van de Wet ambtenaren defensie (WAD) en de daarop gebaseerde wet- en regelgeving afwijken in buitengewone omstandigheden. Het wetsvoorstel verruimt deze bevoegdheid tot situaties waarin de gereedstelling van de krijgsmacht in het geding is. Gereedstelling is het permanente en reguliere proces van opleiden, trainen en oefenen voor inzet van de krijgsmacht en vormt geen tijdelijke of uitzonderlijke situatie.
Betere toelichting
De RvS vindt dat de minister beter toe moet lichten waarom een ruimere afwijkingsbevoegdheid noodzakelijk is, vooral omdat de rechtspositie van defensiemedewerkers hierdoor op alle vlakken kan worden geraakt. Volgens de RvS moet het recht op collectief onderhandelen van de vakorganisaties zo veel mogelijk overeind moet blijven. Ook daar moet de werkgever aandacht aan besteden.
De AFMP en de MARVER kunnen zich vinden in de kanttekeningen van de RvS bij de afwijkingsbevoegdheid. Zij zullen erop aandringen dat de wetgever zich hiervan rekenschap geeft bij de verdere vormgeving van het wetsvoorstel.
Via deze link vind je het volledige advies van de Raad van State over de WODG.